Roemenië kiest – maar niet erg enthousiast
Dr. Dorin Perie is geboren op 28 juni 1956 in Roemenië. Hij kwam naar Nederland in 1978 en studeerde geschiedenis aan de Rijks Universiteit Groningen met als specialisatie sociaal - economische geschiedenis. Sinds september 1989 is hij aan de Universiteit van Amsterdam verbonden waar hij ook promoveerde op de liberale doctrine tijdens het interbellum in Roemenië. Daarin stond het vraagstuk met betrekking tot de ontwikkelingstheorieën en constitutioneel recht in de Roemeense context centraal. Thans doceert hij aan de UvA Roemeense literatuur en cultuur en politieke geschiedenis. Hij houdt zich ernaast bezig met de problematiek rond cultuur en burgerrechten, waaronder het eigendomsrecht de spil vormt. Heeft tal van artikelen op zijn naam staan en voorzag het gewezen Roemenië Bulletin negen jaar van vaste politieke column. Treedt regelmatig op als spreker over de binnenlandse politiek in Roemenië en in het Europese kader.
Als vanouds duik ik weer in de Roemeense politiek, hetgeen, kan ik u verzekeren, lang niet altijd een genot is. Ik zal echter in de toekomst de vrijheid nemen om vaker parallellen te trekken met de Nederlandse politiek daar waar deze raakvlakken met elkaar vertonen. Een van de uitgesproken gelegenheden voor dergelijke parallellen is de Europese politiek. Want ook al heerst er in Nederland een hardnekkige scepsis over Roemeens lidmaatschap van de Europese Unie, het land is wel volwaardig lid van dit gezelschap. Uit dien hoofde werden in juni ook in Roemenië verkiezingen voor het Europese Parlement gehouden. Het land mag 33 Europarlementariërs naar Straatsburg sturen, verdeeld over de bestaande Europese fracties. Net als in Nederland werden deze verkiezingen door zowel de politieke partijen als de media aangegrepen om de bestaande politieke verhoudingen weer eens te meten. De lage opkomst in Roemenië, waar slechts 27,21% de gang naar de stembus maakte, heeft uiteraard voor een vertekend resultaat gezorgd. Daaraan heeft de kleurrijke en volgens sommigen oogstrelende verschijning van Elena Băsescu, de dochter van zittend president Traian Băsescu, haar succes te danken. Zij was voor de verkiezingen – en is inmiddels opnieuw – lid van PD-L [Democratisch-Liberale Partij], de partij die de president steunt. Het komt nogal cryptisch over, maar EBA, zoals zij door de media genoemd wordt, vond dat zij op haar eigen merites gekozen verdiende te worden en weigerde derhalve zogenaamd de steun van de grootste partij in het land. Daarom besloot de jongedame, die al een carrière als fotomodel achter de rug heeft, zeer edelmoedig uit PD-L te stappen en als onafhankelijk kandidaat aan de Euroverkiezingen deel te nemen. Boze tongen beweren echter dat zij wel degelijk onverkort en ruimschoots de steun van PD-L ontving door een virtuele plaats op de list van deze partij te krijgen. Met andere woorden: EBA zou een deel van de op PD-L uitgebrachte stemmen hebben gekregen en hierdoor een zetel in de Europese Parlement hebben kunnen bemachtigen. Na de verkiezingen vond zij dat haar politieke toekomst beter verzekerd was onder het vaandel van PD-L en dus trad ze weer toe tot deze partij. Of zij een aanwinst voor de fractie van de Volkspartijen in de Europese Parlement zal zijn, blijft echter zeer de vraag. Even aarzelend ben ik over de meerwaarde die twee andere bijzondere verschijningen kunnen betekenen in de Europese politiek. Ik doel hier op Corneliu Vadim Tudor, de leider van PRM [Partij Groot-Roemenië], en George (beter bekend als Gigi) Becali, eigenaar van de voetbalclub Steaua Boekarest en leider van PNG [Partij de Jonge Generatie].
Deze twee partijen hebben bij de laatste parlementsverkiezingen in Roemenië niet voldoende stemmen gekregen om tot het parlement te treden en hierdoor leek er een einde te komen aan het politieke leven van vooral PRM, althans op het hoogste nationale niveau. PNG heeft nooit een zetel in het Roemeense parlement behaald, hoewel de opiniepeilingen in de afgelopen jaren een groei van de partij voorspelden. Becali heeft enkele maanden geleden ook een aanvaring van betekenis met de Roemeense justitie gehad en hij wordt nog officieel vervolgd wegens mishandeling en ontvoering naar aanleiding van een autodiefstal waarvan hij eigenlijk de dupe was. Becali voelt zich uitstekend in de rol van volksjongen die het recht in eigen hand neemt. Ditmaal leek het echter een stap te ver te zijn, zelfs voor Gigi Becali. De toekomst zal uitwijzen of de Roemeense justitie voet bij stuk zal houden en Becali zal veroordelen, want zijn daden zijn hoe dan ook vastgelegd op camerabeelden die voor de hele natie openbaar zijn gemaakt. Op dit moment echter bekleden, mede dank zij de lage opkomst, de populist Vadim Tudor, die zich graag volkstribuun laat noemen, en Gigi Becali, de oprechte volksjongen die het van schaapherder tot schatrijke grondbezitter heeft geschopt, het bijzondere ambt van Europarlementariër. Het is mij op dit moment onduidelijk bij welke Europese fractie deze twee zich zullen aansluiten, waarschijnlijk bij de conservatieven, waar ook de ijveraars van de PVV wellicht hun boodschap zullen onderbrengen. Maar goed, dit zal nog moeten blijken.Afgezien van deze bijzondere resultaten hebben de verkiezingen voor het Europees Parlement voor weinig opschudding gezorgd. PSD [Sociaal-Democratische Partij] kreeg deze keer nipt meer stemmen dan bij de Roemeense parlementsverkiezingen van november 2008 en PD-L werd op een te verwaarlozen afstand tweede. Op de derde plaats kwam, zoals te verwachten viel, PNL [Nationaal-Liberale Partij], die eveneens door de lage opkomst slechts ruim 14% van de stemmen kreeg, drie procent minder dan bij de landelijke verkiezingen. Mijn vermoede over de oorzaak van het weliswaar beperkte verlies van de liberalen is gebaseerd op het feit dat de aanhangers van deze partij minder gemakkelijk te mobiliseren zijn dan bijvoorbeeld die van PSD, zeker als de inzet van de verkiezingen minder concreet is zoals nu. Wat dit betreft is er niets nieuws onder zon. Zelfs de electorale mores van de PSD-activisten bleven voorspelbaar, door hun ridicule en klunzige pogingen de verkiezingen te beïnvloeden, meestal op het platteland. Zo werden schoolbussen ingezet om PSD-aanhangers naar de stembus te brengen terwijl deze daarvoor zeker niet bedoeld zijn. Er werden ook pogingen ondernomen om groepen kiezers waarvan gedacht werd dat zij niet op PSD zouden stemmen, de weg naar de stemlokalen te versperren. Deze waren echter incidenten op kleine schaal maar de macht der gewoonte toont zich bijzonder hardnekkig, zelfs op momenten waarop de inzet van de verkiezingen nogal ver verwijderd is van de dagelijkse beslommeringen van de burger. Ik sprak zo-even over de peiling van de huidige politieke verhoudingen die net als in Nederland door middel van de verkiezingen voor het Europees Parlement werd uitgevoerd. Anders dan in Nederland is het belang van deze peiling in Roemenië concreter, aangezien er in november van dit jaar presidentsverkiezingen zullen worden gehouden. Daardoor zullen er binnen de campagnebureaus van de drie grote partijen al de nodige conclusies worden getrokken op grond van deze recente krachtmeting. De zittende president Băsescu lijkt nog veel populariteit te genieten, maar deze is toch aanzienlijk gedaald in de afgelopen twee jaar sinds de volksraadpleging over de beoogde afzettingsprocedure tegen hem. Toen leek hij nog een comfortabele populariteit te genieten. Of hij nog op een zo breed steun kan rekenen wordt, valt er te betwijfelen.Aan de andere kant valt nog moeilijk te ontwaren wie een kansrijke tegenkandidaat bij de presidentsverkiezingen zou kunnen zijn. PSD lijkt op moment twee kandidaten te steunen en het is te vroeg te zeggen of de huidige partijvoorzitter Mircea Geoană de uiteindelijk kandidaat van deze partij zal worden of de algemeen burgemeester van Boekarest Sorin Oprescu.
Ik ben geneigd te geloven dat Oprescu zowel binnen de partij als bij het electoraat meer aanhang kan krijgen en aangezien Ion Iliescu, oud-president en de huidige erevoorzitter van de partij, zich ten gunste van hem heeft uitgesproken, lijken zijn kansen groter dan die van Geoană. De liberalen zullen onvoorwaardelijk hun huidige partijvoorzitter Crin Antonescu steunen. (Dat hij dezelfde achternaam draagt als de dictator tijdens de oorlog is puur toeval.) Antonescu heeft een aantal pluspunten. Hij is jong, charismatisch, betrekkelijk groen in het politieke bedrijf, hoewel hij ruim tien jaar de nodige stadia binnen PNL heeft doorlopen en heeft zich tot nu toe niet gecompromitteerd. Hij heeft zich in de afgelopen jaren geprofileerd door felle kritiek te leveren op de president, vooral tijdens de langdurige vetes tussen het staatshoofd en oud-premier Călin Popescu-Tăriceanu van de afgelopen jaren. Waar Tăriceanu er de voorkeur aan gaf niet op de uitlatingen van de president te reageren, kon Crin Antonescu stevig van leer trekken. Hierdoor kwam hij veelvuldig in de schijnwerpers te staan en misschien hier schuilt ook zijn succes binnen de partij, die hem op enkele maanden geleden de ambt van partijvoorzitter in de schoot worp ten nadele van dezelfde Tăriceanu, die in hem zijn meerdere moest erkennen. Buiten deze drie beoogde tegenkandidaten heeft Băsescu welbeschouwd niets te vrezen. Mensen zoals Radu Duda, de echtgenoot van prinses Margareta, de oudste dochter van ex-koning Mihai, zoals PRM-voorman Corneliu Vadim Tudor, die zich ongetwijfeld kandidaat zal stellen zoals hij al verschillende malen heeft gedaan, en zoals de opportunist Nati Meir (in Israël geboren en pas sinds 1996 in Roemenië woonachtig) hebben geen schijn van kans. De aandacht die zij nu al in de media krijgen, zorgt voor de nodige folklore en dat is goed voor de business in medialand. De presidentsverkiezingen zullen de gemoederen in de komende maanden steeds meer bezighouden en spanning en sensatie horen nu eenmaal bij het democratisch proces. Tegelijkertijd zal dit schouwspel de gevolgen van de ontluikende economische crisis niet kunnen verbloemen. De maatregelen die de zittende regering-Boc, gevormd door een coalitie van PD-L en PSD, heeft genomen om de crisis te bestrijden schieten naar de mening van alle politieke en economische analisten nog ruimschoots te kort. De keuze van de president zal ook van zeer groot belang zijn voor de regeringscoalitie, want we moeten niet vergeten dat de groei van PD-L in aanzienlijke mate te danken is aan de populariteit van Băsescu. Het is uiteraard nog veel te vroeg, maar ik vermoed dat na de presidentsverkiezingen duidelijk zal worden welke regeringscoalitie het land uiteindelijke de komende drie jaar zal regeren. In het tactische politieke spel waarin de partijen die in de regeringscoalitie zitten verwikkeld zijn, speelt de crisis vooralsnog een complicerende factor. Beide partijen lijken deze factor in hun voordeel uit te buiten en in ondergeschikte mate te bestrijden. In hoeverre dit spel een steriele exercitie is, zal de komende tijd leren.
Bron: Dr. Dorin PerieDocent Universiteit van Amsterdam
Subscribe



reacties
plaats een bericht
u moet ingelogd zijn om te kunnen reageren
Login - Registratie