‘Binnenvaart heeft snel Roemenen nodig’
Werkgeversorganisaties CBRB en Kantoor Binnenvaart vragen minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid al per 1 januari 2012 Roemenen en Bulgaren zonder tewerkstellingsvergunning toe te laten tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Ook daarna is er waarschijnlijk nog dekpersoneel (bijvoorbeeld Filippijnse matrozen) van buiten de Europese Unie nodig om de behoefte in de binnenvaart te dekken.
Wij voorzien in de binnenvaart een structureel tekort aan gekwalificeerde krachten', zegt Michiel Koning, specialist bemanningszaken van het Centraal Bureau voor Rijn- en Binnenvaart (CBRB). De instroom uit het beroepsonderwijs is volgens hem niet toereikend om de toenemende behoefte te dekken, waardoor de vraag naar buitenlands personeel toeneemt. Dat zou ook blijken uit periodiek arbeidsmarktonderzoek door onderzoeksbureau Ecorys.
In hun gezamenlijke brief vragen CBRB en Kantoor Binnenvaart de minister het vrije verkeer van werknemers uit Roemenië en Bulgarije niet uit te stellen tot 2014, maar al in 2012 te laten ingaan. Zij wijzen erop dat de bedrijfstak, ondanks diverse maatregelen, buitenlands personeel nodig heeft om de personeelsbehoefte te dekken en dat met name in Roemenië een aanmerkelijke arbeidsreserve van gekwalificeerd binnenvaartpersoneel met Donau-ervaring voor handen is.
Handhaving WAV
Aanleiding voor de brief is de aankondiging van Kamp dat hij de handhaving van de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV) wil verscherpen. Niet alleen in de tuinbouw, maar ook in de binnenvaart. Dat kan betekenen dat het voor werkgevers moeilijker wordt tewerkstellingsvergunningen te krijgen voor personeel uit landen buiten de Europese Unie, bijvoorbeeld voor de honderden Filippijnse matrozen die via gespecialiseerde uitzendbureaus in de binnenvaart worden ingezet.
De Nederlandse regering laat inwoners van de nieuwe EU-landen Roemenië en Bulgarije in elk geval tot 1 januari 2012 nog niet zonder vergunning toe tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2014 valt er vanwege afspraken in EU-verband sowieso niet meer aan te ontkomen. Maar over beide tussenliggende jaren is nog geen besluit genomen.
De Raad van Centrale Ondernemingsorganisaties (RCO) heeft de minister al in april opgeroepen de grenzen voor Roemenen en Bulgaren open te stellen, vooral na negatieve ervaringen in de land- en tuinbouw met minder tewerkstellingsvergunningen.
Prioriteit genietend
De Nederlandse overheid gaat er vanuit dat werkgevers het doen met ‘prioriteit genietend aanbod'. Dat houdt in dat, als de werkgever geen gekwalificeerd personeel in Nederland kan vinden, hij in tweede instantie is aangewezen op personeel waarop het vrije verkeer van werknemers in de EU van toepassing is. Alleen wanneer een vacature dan nog onvervulbaar blijkt, kan een tewerkstellingsvergunning worden verleend voor personeel van buiten de EU.
Uitgangspunt is dat buitenlands personeel valt onder dezelfde cao als Nederlandse collega's. De cao Rijn- en binnenvaart is door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vooralsnog echter niet algemeen verbindend verklaard. Zolang de nieuwe cao niet van kracht is kan het beloningsniveau van uitzendkrachten uitsluitend worden getoetst aan het wettelijk minimumloon. Een tewerkstellingsvergunning kan worden geweigerd als de beloning lager is dan voor de functie gebruikelijk.
Arbeidsmarktrapportage
Uit de ‘Rapportage arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie' die onderzoeksbureau Ecorys begin dit jaar maakte in opdracht van opleidingsinstituut VTL blijkt dat de economische crisis in de binnenvaart geen daling betekende van de vraag naar personeel. ‘Er wordt niet minder gevaren, er wordt alleen tegen lagere tarieven gevaren. Dat houdt de vraag naar arbeid op peil', stelt Ecorys. In de jongste statistieken (2009) wordt uitgegaan van 12.173 werkzame personen in de binnenvaart.
Er is volgens het onderzoeksbureau nog steeds sprake van vergrijzing in de sector. ‘Een trend om buitenlands personeel in te zetten lijkt om die reden over zijn hoogtepunt heen. Hoewel er met buitenlands personeel een kostenvoordeel wordt geboekt, is het nadeel dat buitenlands personeel niet of nauwelijks doorgroeit van een functie van matroos naar die van schipper of kapitein. Juist op deze functies vindt uitstroom plaats. Rederijen proberen daarom weer meer te investeren in jong, Nederlands personeel dat kan doorgroeien.'
De groeiende vloot is volgens Ecorys een derde verklaring voor de aanhoudende vraag naar personeel. ‘De afgelopen jaren zijn veel nieuwe schepen in gebruik genomen en nog steeds zijn er schepen in aanbouw. Ten slotte blijft meespelen dat de sector in de toekomst zal gaan profiteren van toenemende aandacht voor duurzaamheid en schoon vervoer, en van de in gebruikname van de Tweede Maasvlakte, waardoor op termijn de omstandigheden gunstig zijn.'
Een ontwikkeling die invloed kan hebben op de structuur van de arbeidsmarkt is de volgens Ecorys de opkomst van trajectvaart. ‘Een schip wordt door meerdere bemanningen naar de bestemming gevaren, waarbij elke bemanning een deel van het traject voor zijn rekening neemt. Dit betekent dat schippers vaker thuis kunnen zijn, en niet met het gezin op het schip wonen. Dit opent perspectieven voor personen voor wie het lang van huis zijn een drempel is om in de binnenvaart te gaan werken.'
bron en lees verder: Schuttevaer
tekst: Dirk van der Meulen
Subscribe



reacties
plaats een bericht
u moet ingelogd zijn om te kunnen reageren
Login - Registratie